Smullen van wijn (op je scherm)

Stel je voor, een serie over wijnmakers met de allure van Chef’s Table. Zou dat niet fantastisch zijn? Nou, die is er. Wine Masters biedt alles wat goede video moet hebben: intrigerende verhalen en beelden om van te smullen.

En het mooie is, dit is seizoen 1 – over Frankrijk – dus met een beetje geluk volgt er nog meer. Hoe dan ook, eerst naar La Douce France. Nee. Wacht. Kijk eerst de trailer, kom je alvast in de stemming.

NEW: Wine Masters • Season 1, France from Farmhouse TV & Film on Vimeo.

Wine Masters France vertelt het verhaal van vijf familiebedrijven in vijf verschillende Franse wijnregio’s. Een prachtserie in een documentaire-achtige stijl waarbij die families de hoofdrol spelen en hun geheel eigen kijk geven op terroir, traditie en techniek.

De eerste aflevering begint bijvoorbeeld in de noord-Rhône, bij Guigal. Je maakt er kennis met vader Marcel en zoon Philippe. Maar, hé? Er staat toch altijd E. Guigal op de fles? Klopt, die E. staat voor opa Etienne – de grondlegger. Dus je leert er ook nog het nodige van.  In elke aflevering geven Masters of Wine Tim Atkin (VK) en Jeannie Cho Lee (HK) de nodige kleurrijke tekst en uitleg om de verhalen van context en diepgang te voorzien.

Verder reizen we naar Bordeaux, Bourgogne, Alsace en de Loire. Welke families je daar dan gaat zien? Dat moet je zelf maar ontdekken. Wine Masters is niet gratis, maar als je wat wil dan moet je er iets voor over hebben. Je kijkt de hele serie (seizoen 1) voor een slordige 25 euro op Vimeo. Voor nog iets meer heb je hem in eigen bezit.

Dan heb je een verwennerij van bijna vijf keer drie kwartier. Een lust voor oog en oor die qua sfeer, beeld en muziek kan wedijveren met Netflix’ Chef’s Table – en dat is een groot compliment.

Trouwens, zag ik toch ineens dat er ook al een trailer is over, inderdaad, seizoen 2: Wine Masters Italy! Verwacht: voorjaar 2019.

 

Advertenties

Een rondje Bordeaux, aub.

A perfect circle. Behalve de naam van een bijzonder goede band, was dit de eerste omschrijving die me te binnen schoot. Op 21 januari stond ik in de Amsterdamse Koepelkerk temidden van een keur aan wijnmakers, lid van Le Grand Circle des vins de Bordeaux. Hoe bedoel je, het plaatje klopte helemaal?

Daar was goed over nagedacht door Michèle Lainé, export-consultant ‘French beverages’ bij Business France. Zoals altijd staat zij garant voor een warm welkom en een puike organisatie. Op naar de wijn.

Linker- en rechteroever?
Le Grand Cercle des Vins de Bordeaux is in juni 2013 opgericht om wijnen van de linker- en de rechteroever te verbinden. Linker- en rechteroever? Tja, dat behoeft uitleg. Voor jou niet? Sla dit gerust over.

Bon. Het wijnbouwgebied Bordeaux ligt verspreid rondom een aantal rivieren: de Dordogne, die ontspringt in de Auvergne, en de Garonne, vanuit de Spaanse Pyreneeën. Even voorbij de stad Bordeaux komen die twee samen in de Gironde, die op zijn beurt in de Atlantische Oceaan uitmondt. Sta je met je gezicht naar die oceaan – denkbeeldig met je ene voet links van de Gironde en de ander rechts ervan – dan snap je waar die term vandaan komt. Links vind je de deelgebieden Médoc en Haut-Médoc. Rechts, doorlopend tot langs de Dordogne, vind je Saint-Emilion, Pomerol, Bourg en Blaye. Groot verschil is dat aan de linkerkant de wijnen vooral gedomineerd worden door cabernet sauvignon en rechts door merlot. Veel rood, inderdaad. In het tussengebied, de wig tussen de Gironde en de Dordogne vind je relatief meer wit. Maar dat is voor een andere keer. Of lees een eerder blog van mij.

Nieuwe kansen
De Grand Cercle kun je zien als een showcase van Bordeauxwijnen, geselecteerd om hun uitstekende kwaliteit. Dat zijn er nu 88 van de rechteroever en 42 van de linker. In Amsterdam waren ze er niet alleen om die kwaliteiten te laten testen, ook nieuwe kansen voor de handel stonden hoog op de agenda. Want de aandacht gaat vaak uit naar de grote namen, maar daarnaast is er nog zoveel meer dat de moeite waard is.

Bordeaux trekt trouwens altijd een specifiek publiek. Niet al te jong, klassiek gedost in jasjes en dasjes of Chanel-leske mantelpakjes. En niet te vergeten een hoog ik-spreek-heus-wel-vloeibaar-Fransgehalte.

Tijd om te proeven
Omdat je toch een keuze moet maken begon ik te zoeken naar de wijnen die relatief het grootste aandeel cabernet franc hadden. Vond ik leuk, en omdat dat nou eenmaal mijn favo druifje is. Kom je toch automatisch op de rechteroever terecht, waar deze oerdruif na merlot meestal een mooie tweede viool speelt.

Wit
Maar hé, er was ook wit! Niet veel, maar wel het vermelden waard. Witte Bordeaux verdient sowieso meer aandacht. Slechts drie, dus ik beschrijf ze allemaal hieronder.

  • De blanc van Château Réaut (2016) 100% sauvignon: expressief, rond, sappig en mals, een vleugje Turks Fruit. Maar, wat kort van stof. Zoekt importeur.
  • Château Magrez Fombrauge (2016) 40% sémillon, 30% sauvignon blanc en 30% sauvignon gris. Interessant. Knalt je glas uit, flink wat hout, iets van drop. Een vrolijke mix van tropisch en steenfruit. Aangenaam.
  • Le blanc de Château Rollan de By (2016) 100% sauvignon. Veruit meest boeiende glas: krachtig, tropisch, complex, rond, sappig, rijp fruit. Het is dat ik nog flink wat rood voor de boeg had, want eigenlijk te lekker om uit te spugen.

Rood
Goed. Rood, dus. Standaard hadden de aanwezige wijnproducenten hun jaargang 2016 op de tafel gezet, een aantal ook oudere jaargangen. En dan wordt het interessant. Ik pik de meest opvallende eruit.

Chateau Dalem, Fronsac (85% merlot, 15% cabfranc) – zoekt importeur.
2016: drop/laurier, dik, structuur, nu al heel fijn!
2014: straf, streng, maar correct.
2009: diepdonker fruit, stalgeur. Helemaal op dronk!

Château La Dauphine, Fronsac (90% merlot, 10% cabfranc) – zoekt importeur.
2016: donkerrood, concentratie, wel wat dun, smaakvol.
2014: krachtig en toch zacht, smeuiig. Op dronk.
2012: power!, diepdonkerrood fruit van bramen en zwarte bessen. Warm jaar. Eerste jaar ‘organic’.
2011: klassiek, ijzer/bloed.

Château Maillet, Pomerol (73 merlot, 19% cabfranc, 8% cabsauv) – o.a. via Hosman Vins.
2016: verfijnd, sympathiek, deftig, toch jong en dartel (als je dat van Pomerol kunt zeggen).
2012: zacht(er), genoeg pit, rustiger, minder alcohol.  

Château Laroze, Saint-Emilion (66% merlot, 28% cabfranc, 6% cabsauv) – zoekt importeur via Place de Bordeaux
2016: Erg jong. ‘Zuurstoftekort’, zegt mijn buurman. Lijkt me niet goed voor een baby…
2015: Klassiek, streng, compact.
2014: Geur van koffie en tabak, schept verwachtingen – maar er gebeurt niets. Jammer.

Château de Pressac, Saint-Emilion (65% merlot, 18% cabfranc, 11% cabsauv, 4% pressac = malbec, 2% carménère)
2016: zeer krachtig, concentratie, balans. Mooi!
2015: aards, direct, fascinerend.
2011: mooi samengekomen in de tijd, rustig, doordrinkbaar, hartig. Iets bij eten. Nice!(NB: vanaf 2012 Grand Cru Classé)

Château Fombrauge, Saint-Emilion (89% merlot, 8% cabfranc, 2% malbec, 1% cabsauv)
2016: drop, smeuiig, dik. Indrukwekkend!

Rosé?
Was dit het dan? Nee, hoor. Er was meer. En dat heb ik óf niet geproefd, of niet hier afgedrukt. Maar het mooie is, je kunt het op je gemakje allemaal nalezen op de website van de Cercle. En mocht het je interesseren, vele zoeken nog een importeur voor Nederland. Al dan niet via Place de Bordeaux.

Laat ik jullie graag achter met een laatste anekdote.
Zoals gezegd was er veel rood, en slechts een beetje wit. Ik wilde één van die witte nog even terugproeven. Dus schonk ik mijn aangeslagen glas, waar nog een miniem bodempje rood in zat, vol met water. Om het schoon te spoelen. ‘Hé,’ klonk het achter mij. Nogal geaffecteerd. ‘Kijk, deze meneer heeft rosé!’
Ik keek nonchalant achterom en zei: ‘Klopt. Zelf gemaakt’.

Importeur gezocht!

De door Perswijn lovend beoordeelde wijnen van Tosti 1820 zoeken een importeur voor Nederland. Interesse? Bel 06-52650787 of mail nezpourvin@gmail.com voor meer info.

Dat is dan toch wel weer leuk. Met twee flessen van TOSTI SpA Alta Langa als kwaliteitsgebied voor metodo classico op de Nederlandse wijnkaart gezet. Nu in Perswijn!

#wine #winetasting #metodoclassico #spumante #altalanga #piemonte

Geen geraas: wijn en kaas

Vier wijnen op de proeftafel. Een selectie favorieten van Joost (& Joost). Tweemaal wit en tweemaal rood. Tweemaal Frankrijk (wit), een Spanjaard en een Italiaan (rood, dus). Wat wij ervan vinden, was de vraag. Gaat-ie dan.

Als extra proefden we bij elke wijn diverse kazen. Dus dan weet je ook meteen wat daar lekker bij is. Of niet.

Prima terraswijn
Wat start met een ogenschijnlijk interessant spel tussen zoet en zuur zakt vrij snel weg tot een wat saaiig glas wit. De 20 procent sauvignon houdt hem nog net overeind, deze blend uit de Côte de Gascogne. Hoe dan ook: schoon, knisperend en fijn om je palet even mee schoon te poetsen. Dat start dan wel weer lekker. Op zich een prima terraswijn, extra koel geserveerd op warme zomerdagen. Zeker dat daar liefhebbers voor zijn. Wij niet zo. Te hard, eendimensionaal en eigenlijk ook een eurootje of anderhalf te duur voor het mooie. Zou niet misstaan in het schap van de supermarkt.
Villa Dria colombard/sauvignon blanc 2017 (7,50 euro)

Ingetogen dame
Door met 100 procent sauvignon, uit de bakermat: de Loire. Om precies te zijn, het illustere Sancerre. De geruststellende geur van een ietsje zweetsok, maar die trekt vlotjes weg. Erg jong, dus nog even flink schudden met de fles om die ingetogen dame op weg te helpen. Fijne zuren rondom, aangenaam bitter achteraf. Een smaak die verrast, omdat er relatief weinig te ruiken valt. Drinkt lekker door. Wel een nog wat onrustig, springerig typje. Misschien nog een jaartje met rust laten, voor het beste resultaat. Voor zijn prijs had-ie net een fractie beter gemogen.
Domaine Tabordet Sancerre 2017 (15,25)

De inhoud telt
Over naar rood. Eerst de ripasso. Ook wel baby-Amarone genoemd. Dat maakt deze noord-Italiaan wel waar. De amarenenkersen springen je glas uit. Maar ook wat medicinaals, iets van ijzer en een vleugje madeira of marsala. Behoorlijk hoog op smaak, maar op een positieve manier. Er zit nog meer in. Een vochtig bospad, natte theebladeren, rijp bosfruit. De verhoudingen kloppen, er is balans. Een mooi en fijn glas dat waar voor zijn geld biedt. Alleen die fles. Ik weet niet, hoor. Verwacht je eerder bij olijfolie. Maar de inhoud telt en die smaakt!
Villabella Valpolicella Ripasso 2016 (16,75 euro)

Gevaarlijk lekker
We gaan naar Spanje. Rioja om precies te zijn. Daar waar ze hard bezig zijn zichzelf opnieuw uit te vinden maar ondertussen de oude waarden recht overeind blijven. Rode rakker met een randje paars. Een ietwat opmerkelijke vergelijking met een stevige saus – denk: oyster sauce – wordt gemaakt. IJzer, bloed. Tja, sinds ik de boeken van Alice Feiring heb gelezen is dat een geur-/smaakelement dat ik steeds vaker opmerk, kan plaatsen en benoemen. Soit.
Blijft in de mond aangenaam hangen. De 10 procent garnacha geven hem een prettige rondheid en een zetje extra fruitigheid. Blend van Frans en Amerikaans eiken pakt goed uit. Toegankelijke crianza. Gevaarlijke doordrinker. En, heel veel wijn voor je geld!
Beleluin Rioja Crianza 2013 (11,50 euro)

Doe de kaastest
Wijnspijs, een vak apart. Leuk om ook mee te nemen bij het proeven van wijn. Wel nadat we eerst alle wijnen los hebben beoordeeld, om het de smaakpapillen niet al te lastig te maken. De kazen:
1. Selles sur Cher – zachte geitenkaas (FR)
2. Chavignol – halfharde geitenkaas (FR)
3. Gruyere Alpage – harde bergkaas van koemelk (CH)
4. Manchego 3 mnd. – halfharde schapenkaas (SP)

Sauvignon met geit is een beproefde combo, dus beide witte wijnen komen in aanmerking. De romige Selles sur Cher met zijn aslaag haalt de Villa Dria lekker op. Smaakt ineens ook zoeter. Helemaal niet gek. Ook bij de Sancerre doet-ie het goed, maar een ietsje minder.
Chavignol en Sancerre moet volgens de boekjes een klassieke match zijn. De kaas is behoorlijk sterk van smaak en de wijn is daar nog niet aan toe. Die delft het onderspit in dit gevecht. Het kan, maar de kaas is te overheersend. De Gascogne hebben we er maar niet aan gewaagd.
De ripasso en de Gruyere zijn dan wel weer een ‘match made in heaven’. Het zoute en de korrelige structuur van de kaas zorgen samen met de wijn voor een smeuiige smaaksensatie. Heerlijk! Met de Rioja gaat het minder goed, de combinatie geeft een hardheid in de smaak die niet bijzonder prettig is.
Weer zo’n mooie: Manchego met Rioja. En die klopt, als een malle. Wijn en kaas blijven overeind en versterken elkaar. Zo’n typisch 1+1=3’tje. De ripasso blijkt een Italiaanse allemansvriend want ook die gaat uitstekend bij de drie maanden gerijpte Spaanse schapenkaas.

Het zit erop. Mooie en interessante avond. Voor de kazen moet je bij Edje Boele zijn. Voor de wijnen bij Joost & Joost. Hun geproefde wijnselectie was traditioneel en misschien wat veilig. Maar er is vast meer. Toch eens even die nieuwe website van ze afspeuren.

 

(Deze avond werd mede mogelijk gemaakt door gastproever Jeroen Zijlstra)

Backsberg Estate Cellars

Gooiterugzaterdag: Backsberg, ZA

Als je toch een tijd niets meer van je hebt laten lezen, dan eerst maar eens ergens de draad oppikken. Want niet gedeeld is niet gezien. Mooi moment om terug te gaan naar juli 2015: op verlate huwelijksreis naar Zuid-Afrika. Waar uiteraard ook wijn op het programma stond.

Dankzij Hosman Vins kregen we een uitgebreide rondleiding – inclusief tour per 4×4 door de modderige wijngaarden – en proeverij bij Backsberg Estate in Paarl. Een klein uurtje van Kaapstad. Toen was het daar winter en gebeurde er wijnbouwtechnisch weinig. Des te meer tijd en aandacht voor ons. Een verslag.

 

Backsberg Estate is een modern wijnbedrijf met een riante geschiedenis. Selfmade, eigenwijs en vooruitstrevend zijn zo de belangrijkste eigenschappen die me van toen te binnen schieten. Een stukje uit de beschrijving van dit wijnhuis die ik schreef voor Hosman Vin:

‘De geschiedenis van dit wijnhuis begint bij C.L. Back, de grootvader van de huidige eigenaar Michael Back, die als straatarme politieke en religieuze vluchteling uit Litouwen in Kaapstad aankwam. Hij werkte in de havens, werd later fietskoerier en wist van zijn verdiende geld een slagerswinkel te kopen. Daar benaderde iemand hem met de vraag of hij interesse had om een boerderij te kopen. En de rest was geschiedenis. Nou, niet echt. Serieus wijn maken kwam pas later.

In het begin was het een gemengd boerenbedrijf. We hebben het over begin jaren twintig. De wijn werd verkocht aan de KWV of ging in bulk naar Engeland. In 1936 kwam vader Sydney in het bedrijf. Deze maakte werk van wijn maken. Zijn merk Back’s Wines stond als een huis. Totdat de concurrentie van grotere wijnspelers hem te machtig werd. Noodgedwongen verkocht hij in 1969 de naam. En hier begint het verhaal van Backsberg.’

Mooi verhaal, toch? Andere bijzonderheden: de duurzame aanpak. Het is het enige co2-neutrale wijnbedrijf in Zuid-Afrika, slechts één van drie in de wereld. Of wat dacht je van een wijn die ze in een literfles van PET bottelen? Ook al uniek voor dat fraaie land.

Mooie herinnering
Tijdens de rit langs tussen de wijngaarden passeerden we onder andere het pomphuis waar de syrah aangeplant staat voor… The Pumphouse, één van hun wijnen. Ik verbaasde me er over het grote aantal bomen dat het landgoed omzoomt. Ik herkende er eucalyptus tussen. Die stonden er inderdaad niet van oudsher, het merendeel is door de familie zelf ooit aangeplant.
Je zou het bijna vergeten, maar de wijnen dan? We proefden er de hoger segment serie en die mag er zijn. Wat me nog goed bijstaat is dat ik een aangebroken fles witte wijn van de proeverij meekreeg (de Family Reserve, als ik me goed herinner) en die twee, of drie dagen later openmaakte. Had niets aan kracht ingeboet. Knap.

Kortom, een mooie herinnering. Zoals we er zovelen hebben aan Zuid-Afrika. We hebben dan ook nogal veel gedaan daar. Ook die dag bij Backsberg. Want na ons bezoek, snel door voor lunch in The Test Kitchen, Kaapstad. Oók al zo’n aanrader.

Hmm, eens kijken wat ik nog meer in mijn archieven heb liggen…

Champagne: red de kleine wijnboer

De grote namen in de Champagne, die kennen wel. Dat is geen kunst. Ik hoef ze niet eens te noemen. Ik wil er ook eigenlijk geen aandacht aan schenken. Niet omdat ze slechte wijnen maken, niet eens per definitie. Maar hun macht op elk mogelijk gebied gaat ten koste van de eigenheid en eigenwijsheid van vele kleine, karaktervolle champagnes.

Bij een bezoek aan het charmante champagnehuis Legras & Haas in Chouilly werd ons een en ander duidelijk. Moeder Legras, haar zoons waren te druk of het land uit, liet ons niet alleen enkele magnifieke glazen met mousserende wijn proeven, ze deed ook uit de doeken hoe het de kleinere wijnhuizen steeds moeilijker wordt gemaakt te overleven. De markt wordt gedomineerd door enkele grote producenten van champagne waar wereldwijd enorm veel vraag naar is. Zoveel, dat ze niet genoeg wijngaarden in bezit hebben om zichzelf van voldoende druiven te voorzien. Die nemen ze af bij wijnboeren of andere champagnehuizen, zoals Legras & Haas.

IMG_8343Doodzonde
Een deel van de oogst verkopen ze aan de marktleiders om aan die immer groeiende vraag te blijven voldoen. Dat is mooi, want zo hebben ze gegarandeerde inkomsten om zelf hun eigen champagnes te maken. Waar ze uiteraard zelf de beste druiven voor bewaren. Slim.
Alleen nu hebben de provinciale machthebbers c.q. de Franse regering bedacht dat elke hectare champagnegrond twee miljoen(!) euro waard is. En daar moet een vast percentage belasting over betaald worden, dat de komende jaren steeds meer zal stijgen. Dat loopt op tot bedragen die kleinere champagnehuizen nooit kunnen betalen. En wie wel? Je raadt het al. Het resultaat zal zijn de grotere nog groter worden en de kleinere meer en meer verdwijnen. En dat is doodzonde.

Experimenteren
Legras & Haas maakt al generaties lang champagne en die weten echt wel waar ze mee bezig zijn. De smaak van hun Blanc des blanc premier cru ligt nog vers in ons geheugen. Wow. Op drie verschillende plaatsen binnen het champagnegebied hebben ze hun druiven aangeplant staan: in Côtes des Blancs, Les Riceys en Vitry. Elk gebied leent zich het best voor een andere druif. Voor hun grand cru’s komt de chardonnay uit Chouilly, pinot noir uit Les Riceys. Weet je dat ook weer.

Bon.

Kleine wijnhuizen maken bijzondere dingen, durven te experimenteren (Legras & Haas is met een houtgelagerde variant bezig – helaas nog niet beschikbaar) en bieden vaak verrassende kwaliteit voor een uitstekende prijs. Er zijn in champagne honderden van die kleinere huizen, maar hoe lang nog?

229303_173515082705179_5430407_nLegras & Haas is in Nederland o.a. verkrijgbaar via de Champagnist, ambachtelijke wijnen van kleine producenten, het bedrijf van Mark Haasdijk. En aangezien hij er veel meer van weet dan ik, vul ik dit artikel met alle plezier aan met zijn input:

“Voor hun topcuvée, de Exigence No. 8, ruilen ze in de goede jaren chardonnay grand cru uit Chouilly met pinot noir grand cru uit Ay, altijd van dezelfde wijnmaker. Wat de eigenheid en eigen keuzes van Legras & Haas mooi illustreert is de ‘solera’-tank, waarin alleen van de beste oogstjaren chardonnay wordt toegevoegd. Zo ontstaat een heel complexe basiswijn met chardonnay uit Chouilly uit topjaren: van 1995 tot 2008! Deze basiswijn wordt gebruikt voor de assemblages van de verschillende cuvées.

Over de familie: “Hoewel de drie broers Rémy, Olivier en Jérôme aan het roer staan, spelen pa en ma een belangrijke rol bij het bepalen van de assemblages en de dosages. Onder eigen naam wordt pas sinds 1991 champagne gemaakt, maar de wijngaarden (zeker die in Chouilly) zijn al heel lang in de familie. Daarom hebben ze veel oudere millésimes liggen van dezelfde wijngaarden waarvan nu de millésimes van Legras & Haas worden gemaakt.”

En als jaloersmakende afsluiting: Mark mocht laatst een van hun millésime-champagnes uit 1959 drinken. “Ongelofelijk hoe goed zo’n wijn blijft. Nog steeds mousse, maar zachter natuurlijk, en prachtige tonen van koffie en caramel, met nog steeds spanning en zuren.” 

Eindelijk ontdekt: gin & tonic

Het duurde even, maar het virus is ook bij ons aangeslagen. Gin & tonic. Een eeuwenoude, beproefde combinatie die wat versleten was, maar al weer een paar jaar letterlijk overal op de kaart staat. Nieuw leven ingeblazen door jonge vakidioten, horecahonden en topsommeliers. Kortom, er was geen ontkomen aan.

IMG_7449Mijn persoonlijke eerste echte kennismaking was op een vrijdagmiddag met de wijnvrienden van Hosman Vins in Schiedam. Een werkbespreking die niet vergezeld ging van de reguliere fijne wijnen, maar eens een keer wat anders: gin & tonic van het lokale merk Loopuyt. Ik had er nog nooit van gehoord. Maar man, dat was een openbaring! Zo fris, puur, tintelend en verslavend verrukkelluk.

Leeuwenkop van ijs
Later, niet eens zo lang geleden, vierden wij op het hoofdkwartier van RauwCC in Rotterdam een feestje. En wie was daar hofleverancier der drank? Opnieuw Loopuyt. Met hun unieke, mobiele maatwerkbar stalen ze met twee vingers in de neus de show. En de leeuwenkop van ijs die er hing te druppen hielp daar zeker bij. De gin & tonics – beiden van eigen merk – kwamen in heerlijk riante glazen, voorzien van een stengel citroengras (sereh) voor het aroma. Genieten.

Schermafbeelding 2015-06-02 om 20.13.50Een ruim, rond wijnglas
Toen was het tijd om zelf aan het ontdekken te gaan. De eerstvolgende gelegenheid greep ik aan om een fles van het Schotse Hendrick’s te kopen en het bezoek te trakteren op een glas van deze gin, aangevuld met Fever Tree tonic en gelardeerd met ijsblokjes, plakjes komkommer en een tak rozemarijn. Heb je geen speciaal ginglas? Een ruim, rond wijnglas zoals voor witte Bourgogne werkt net zo goed. Ziet er spectaculair uit – smaakt ook nog eens te gek.

Eindeloze mogelijkheden
Hendrick’s is anders dan Loopuyt. Dat zit hem niet alleen in de gin, ook in de ingrediënten. Maar dat is juist het leuke, net als bij wijn valt er zoveel te ontdekken. Verschillende gins, verschillende tonics, verschillende vruchten, kruiden of groenten die je kunt toevoegen. De ene combo is lekkerder in de zomer, de andere als het wat herfstig is. De mogelijkheden lijken eindeloos. Dit is nog maar het begin!

Wat is jouw favoriet? Welke moet je echt ooit gedronken hebben? We zijn benieuwd naar de reacties!